Tegen alle verwachtingen en uitdagingen in, vind ik mijn nieuwe leven eigenlijk heel fijn. Heerlijk die regelmaat en ’s ochtends sporten. Lekker efficiënt ook, een half uurtje mijn spieren volledig op spanning zetten in de cabine en mijn dag kan beginnen. De avonden zijn er nu om de rest van mijn 10.000 stappen te zetten en om op tijd naar bed te gaan. Tsja, en daarin zit het ‘m nu net. Ik neem je mee.
Tot aan 21.30u gaat het eigenlijk prima. Alles wat ik doe om mezelf gezond te houden, is lekker overzichtelijk en voelt goed. Maar rond 21.30u begint het gedoe.
Stel je voor, de kinderen liggen net (!) allemaal in bed, de keuken is opgeruimd, de laatste werkmails zijn beantwoord en het eten voor morgen is geprept: mijn avond kan beginnen! Ja niet dus, want ik moet om 21.30u naar bed. En daar krijg ik nou zo’n stress van. Ik heb het gevoel dat mijn vrijheid van me af wordt genomen. Dat klinkt groot, en heel eerlijk, zo voelt het ook. Het ene moment van de dag dat niemand iets van me wil, verdwijnt op deze manier.
Oké, het is echt lekker om op mijn horloge te zien dat ik meer dan 7,5u heb geslapen en een slaapscore van boven de 90 heb, maar OMG, waar is het moment dat ik op de bank zit en naar een serie kijk, zonder elke vijf minuten “Mamaaaa” te horen. Dat is echt hét moment van de dag dat ik even tot rust kom.
En dit is daarom misschien wel het allerlastigste in het traject voor mij, ik kan er maar moeilijk mee dealen. Natuurlijk weet ik dat het beter voor me is, rationeel begrijp ik dat heel goed. Maar oef, ik weet niet of ik dit vol ga houden. Ik vind het gewoon echt niet leuk. Ik heb die tijd echt nodig. Het komt dan ook meer dan eens voor ik toch (lekker puh) tot 23.00u beneden blijf zitten.
Ik dacht dat structuur en rust in m’n hoofd het moeilijkste onderdeel van het traject zou zijn. Het blijkt mijn bedtijd te zijn. Wie had dat gedacht.